Home » Kattenvoeding » PFAS in kattenvoer: wat zegt het Greenpeace-onderzoek?

gezondheid,  Kattenvoeding

PFAS in kattenvoer: wat zegt het Greenpeace-onderzoek?

En hoe gevaarlijk zijn de gevonden stoffen?

In oktober 2026 publiceerde Greenpeace Nederland een onderzoek naar PFAS in kattenvoer. De organisatie liet kattenbrokken van Albert Heijn, Aldi, Jumbo, Lidl en PLUS testen. In alle vijf de producten vonden de onderzoekers PFAS. Bij Albert Heijn ontdekten ze bovendien een tweede, giftigere PFAS-verbinding.

Vooral die laatste vondst trok de aandacht. Volgens een berekening in het onderzoeksrapport overschrijdt het voer van Albert Heijn een omgerekende gezondheidskundige richtwaarde met een factor 50. Maar betekent dat ook dat deze kattenbrokken gevaarlijk zijn?

We bekijken de meetresultaten, de gezondheidsrisico’s en wat dit onderzoek betekent voor het voer dat je je kat geeft.

Wat heeft Greenpeace onderzocht?

Greenpeace liet vijf producten onderzoeken door laboratorium NORMEC Groen Agro Control. Het ging om kattenbrokken en kattensnacks met vis van vijf Nederlandse supermarktketens.

Het laboratorium onderzocht de kattenproducten op 26 verschillende PFAS-verbindingen, waaronder TFA en PFNA.

TFA zat in alle vijf de producten. PFNA werd alleen gevonden in de kattenbrokken van Albert Heijn. De overige 24 onderzochte PFAS-verbindingen werden niet in meetbare hoeveelheden aangetroffen.

Je kunt het volledige onderzoeksrapport van Greenpeace hier lezen.

Hoeveel PFAS zit er in de kattenbrokken?

De hoeveelheid TFA verschilde behoorlijk tussen de producten. Lidl had met 230 microgram per kilogram het hoogste gehalte. Bij Aldi werd met 68 microgram per kilogram het minst gemeten.

SupermarktTFA (µg/kg)PFNA (µg/kg)
Albert Heijn2100,12
Aldi68<0,1
Jumbo110<0,1
Lidl230<0,1
PLUS170<0,1

Bron: Greenpeace Nederland (2026), tabel 2. Een microgram (µg) is een miljoenste gram. Bij waarden onder 0,1 µg/kg lag de hoeveelheid PFNA onder de rapportagegrens van het laboratorium.

Het product van Aldi was overigens een kattensnack en geen volledig kattenvoer.

Opvallend is dat Albert Heijn niet het hoogste TFA-gehalte heeft, maar wel als enige een aantoonbare hoeveelheid PFNA. Dat verschil speelt een grote rol bij de beoordeling van de gezondheidsrisico’s.

Wat zijn PFAS en hoe komen ze in kattenvoer terecht?

PFAS is een verzamelnaam voor duizenden chemische stoffen. Fabrikanten gebruiken ze onder andere vanwege hun waterafstotende, vetafstotende en vuilwerende eigenschappen.

Het probleem is dat veel PFAS nauwelijks afbreken. Ze blijven daardoor jarenlang in het milieu aanwezig en verspreiden zich via water, bodem en voedsel.

Ook katten krijgen mogelijk PFAS binnen via hun voeding, drinkwater en omgeving. Bij de productie van kattenvoer kunnen verontreinigde grondstoffen worden gebruikt. PFAS kunnen daarnaast via voedselverpakkingen in aanraking komen met voedingsmiddelen.

Het onderzoek laat niet zien waar de PFAS in de onderzochte kattenbrokken precies vandaan komen.

TFA: minder giftig, maar niet onschadelijk

TFA (trifluorazijnzuur) is een kleine PFAS-verbinding die gemakkelijk door het milieu wordt verspreid. De stof ontstaat bijvoorbeeld bij de afbraak van bepaalde bestrijdingsmiddelen en kan ook rechtstreeks door de industrie worden uitgestoten.

TFA is bij vergelijkbare blootstelling minder giftig dan bekende PFAS zoals PFOS en PFOA. Dat betekent alleen niet dat TFA ongevaarlijk is.

Dieronderzoek laat zien dat TFA bij voldoende hoge blootstelling invloed kan hebben op de schildklierhormonen, de voortplanting en de ontwikkeling van jonge dieren (EFSA, 2026).

Een belangrijk verschil met sommige andere PFAS is dat TFA vooral opvalt door zijn slechte afbreekbaarheid en verspreiding in het milieu. Dat betekent niet automatisch dat de stof zich in dezelfde mate in het lichaam ophoopt als bijvoorbeeld PFNA.

Hoe schadelijk TFA uiteindelijk is, hangt af van de hoeveelheid en de duur van de blootstelling. Over de gevolgen van langdurige blootstelling bij katten is nog weinig bekend.

PFNA: giftiger dan TFA

PFNA (perfluornonaanzuur) is een andere PFAS-verbinding. Deze stof is aanzienlijk giftiger dan TFA en kan zich in het lichaam ophopen.

Het RIVM gebruikt een systeem waarin verschillende PFAS een wegingsfactor krijgen op basis van hun giftigheid. In dat systeem telt PFNA tien keer zo zwaar als PFOA, terwijl TFA juist een veel lagere factor krijgt.

Een kleine hoeveelheid PFNA kan daardoor zwaarder meewegen in een risicobeoordeling dan een veel grotere hoeveelheid TFA.

Dat verklaart waarom de onderzoekers vooral aandacht besteden aan de PFNA die ze in de kattenbrokken van Albert Heijn aantroffen.

Is PFAS in kattenvoer gevaarlijk voor katten?

Dat weten we nog niet goed genoeg. Het onderzoek bewijst dat de geteste producten PFAS bevatten, maar niet dat katten door deze hoeveelheden ziek worden.

Er bestaan namelijk geen specifieke gezondheidskundige grenswaarden voor PFAS bij katten. De onderzoekers gebruikten daarom richtwaarden voor mensen om een eerste inschatting van de mogelijke risico’s te maken.

Daarbij komen ze tot verschillende conclusies.

Wat zeggen de berekeningen over TFA?

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft in 2026 de aanvaardbare dagelijkse inname van TFA vastgesteld op 14 microgram per kilogram lichaamsgewicht.

Dat is de hoeveelheid die mensen volgens de huidige kennis dagelijks gedurende hun leven kunnen binnenkrijgen zonder een noemenswaardig gezondheidsrisico (EFSA, 2026).

De onderzoekers rekenen deze menselijke richtwaarde ter illustratie om naar een kat van 3,5 kilogram.

Bij een dagelijkse portie van 100 gram kattenbrokken krijgt zo’n kat gemiddeld ongeveer 16 microgram TFA binnen, gebaseerd op de vijf onderzochte producten.

Dat is ongeveer drie keer minder dan de omgerekende EFSA-richtwaarde.

Maar het RIVM gebruikt ook een andere methode, waarbij verschillende PFAS op basis van hun relatieve giftigheid worden meegeteld. Als de onderzoekers die methode gebruiken, ligt de berekende TFA-inname ongeveer vijftien keer boven de indicatieve referentiewaarde.

De twee methoden leveren dus heel verschillende uitkomsten op. Daarbij is de RIVM-berekening voor TFA extra onzeker, omdat de onderliggende referentiewaarde niet specifiek voor deze stof of voor katten is ontwikkeld.

We kunnen daarom niet concluderen dat de gemeten hoeveelheid TFA veilig óf schadelijk is voor katten.

Waarom wordt gesproken over 50 keer de norm?

Het meest opvallende resultaat komt van de kattenbrokken van Albert Heijn. Daarin werd 0,12 microgram PFNA per kilogram aangetroffen.

De onderzoekers berekenden hoeveel PFNA een kat van 3,5 kilogram binnenkrijgt wanneer die dagelijks 100 gram van dit voer eet.

Met de toxiciteitsweging van het RIVM ligt deze berekende inname 50 keer boven de omgerekende menselijke referentiewaarde.

Zonder die extra wegingsfactor bedraagt de berekende overschrijding ongeveer een factor zes.

Dat klinkt zorgwekkend, maar er is een belangrijk verschil tussen een overschrijding van een richtwaarde en daadwerkelijke gezondheidsschade.

De berekening gaat uit van een menselijke referentiewaarde die alleen op basis van lichaamsgewicht is omgerekend naar een kat. Er is niet vastgesteld of katten even gevoelig zijn voor PFNA als mensen.

Bovendien betekent een overschrijding van een gezondheidskundige richtwaarde niet automatisch dat een dier ziek wordt. Zo’n waarde bevat doorgaans veiligheidsmarges.

De uitkomst is dus wel een reden om verder onderzoek te doen, maar geen bewijs dat de onderzochte kattenbrokken gezondheidsschade veroorzaken.

Wat zijn de beperkingen van het onderzoek?

De resultaten zijn interessant, maar het onderzoek is behoorlijk kleinschalig.

Slechts vijf producten getest

Greenpeace onderzocht vijf producten en nam van ieder product één monster. De onderzoekers weten daardoor niet hoe sterk de PFAS-gehalten verschillen tussen productiebatches.

Ook kunnen we niets zeggen over andere producten van dezelfde supermarkten.

Alleen kattenvoer met vis onderzocht

Alle onderzochte producten bevatten vis. Mogelijk speelt de herkomst van de vis een rol bij de gevonden PFAS-gehalten.

Maar het onderzoek vergelijkt geen verschillende eiwitbronnen. We weten dus niet of kattenbrokken met kip, rund of andere ingrediënten minder PFAS bevatten.

Geen onderzoek naar natvoer

Greenpeace onderzocht alleen droge kattenproducten.

Of natvoer meer of minder PFAS bevat, kunnen we hieruit niet afleiden. Dat geldt ook voor de vraag of andere merken betere resultaten behalen.

Geen specifieke normen voor katten

De grootste onzekerheid zit in de gezondheidskundige beoordeling. Zonder betrouwbare grenswaarden voor katten blijft het lastig om de gemeten hoeveelheden te vertalen naar een concreet gezondheidsrisico.

Moet je nu overstappen op ander kattenvoer?

Het onderzoek geeft geen aanleiding om alle kattenbrokken van de onderzochte supermarkten direct weg te gooien. Daarvoor weten we te weinig over de daadwerkelijke gezondheidsrisico’s.

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat PFAS ook in kattenvoer terechtkomen. Het is daarom zinvol om grotere aantallen producten te onderzoeken en te bekijken hoe de concentraties zich ontwikkelen.

Helaas kun je als katteneigenaar niet eenvoudig controleren hoeveel PFAS een product bevat. Die informatie staat niet op het etiket en fabrikanten hoeven deze stoffen niet standaard te vermelden.

Is duurder kattenvoer beter?

Niet noodzakelijk. Het onderzoek vergelijkt geen verschillende prijsklassen en laat niet zien dat duurdere merken minder PFAS bevatten.

Ook een goede voedingskundige samenstelling garandeert niet dat een product vrij is van milieuverontreinigingen.

Wil je kattenbrokken vergelijken op eiwitten, vetten, koolhydraten, ingrediënten en prijs? Bekijk dan ons overzicht van droogvoer voor katten.

Onze beoordelingen gaan over de voedingskundige eigenschappen van het voer. PFAS-gehalten maken daar geen onderdeel van uit, omdat daarvoor laboratoriumonderzoek nodig is.

Is natvoer een betere keuze?

Natvoer bevat veel meer vocht dan droogvoer en helpt daardoor bij de dagelijkse vochtopname. Dat kan een goede reden zijn om je kat natvoer te geven.

Maar uit dit onderzoek blijkt niet dat natvoer minder PFAS bevat. Er zijn simpelweg geen natvoerproducten getest.

In ons overzicht van natvoer voor katten kun je producten vergelijken op voedingswaarden, ingrediënten en prijs. Ook hier geldt dat de beoordelingen niets zeggen over mogelijke PFAS-verontreiniging.

Conclusie: PFAS gevonden, maar gezondheidsrisico’s nog onduidelijk

Greenpeace vond TFA in alle vijf onderzochte kattenproducten. In één product werd daarnaast PFNA aangetroffen, een stof die aanzienlijk giftiger is dan TFA.

Vooral die laatste vondst verdient aandacht. De berekeningen laten zien dat de hoeveelheid PFNA bij bepaalde aannames boven een omgerekende menselijke gezondheidskundige richtwaarde ligt.

Toch kunnen we op basis van vijf monsters niet vaststellen welke kattenvoermerken het veiligst zijn. Ook weten we onvoldoende over de gevoeligheid van katten voor langdurige blootstelling aan deze stoffen.

Het onderzoek laat vooral zien dat PFAS ook in kattenvoer voorkomen en dat we nog te weinig weten over de gevolgen daarvan.

De belangrijkste conclusie is dan ook dat er, zoals wel vaker, meer onderzoek nodig is. In dit geval gaat het om grootschaliger onderzoek naar PFAS in zowel droogvoer als natvoer. Daarmee kan beter worden vastgesteld hoe vaak deze stoffen voorkomen, waar ze vandaan komen en of de gemeten hoeveelheden gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van katten.

Bronnen

Greenpeace Nederland (2026). PFAS in kattenvoer: Een verkennend onderzoek naar PFAS in Nederlands kattenvoer. Volledig onderzoeksrapport (PDF).

European Food Safety Authority (EFSA) (2026). Consumer health-based guidance values for trifluoroacetic acid. Wetenschappelijke beoordeling.

Deel of bewaar dit voor later via:

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *